image

Als manager ambassadeur

voor mannen in kinderopvang

Otto van Dijck (38) is de enige mannelijke Manager Kinderopvang bij Doomijn. Een rol die hem prima past. Net als die van echtgenoot, vader en ‘ambassadeur’ voor mannen in de kinderopvang. Hij werkt in de wijken Assendorp, Berkum, Zwolle-centrum, de Indische Buurt, de Pierik en de Wipstrik en geef leiding aan zo’n 55 pedagogisch medewerkers.

Met veel energie komt Otto de vergaderkamer binnen. Tussen twee afspraken door nog net een uurtje tijd voor dit gesprek. Bijna zomervakantie; met het gezin naar Italië. Even het werk loslaten. ‘Daar heb ik geen moeite mee, ik ben niet onmisbaar. Mijn telefoon gaat uit.’

Ben je aan vakantie toe?

‘Als het bijna zo ver is, voelt dat vaak wel zo maar ik ga elke dag met plezier aan het werk. En met een glimlach kom ik thuis.’ Thuis is Zwolle, waar Otto woont met zijn vrouw Merel en hun twee zoons van 7 en 8 en dochter van 5 jaar. Ruim een jaar werkt hij als Manager Kinderopvang bij Doomijn.

‘Bij toeval rolde ik de kinderopvang in. Ik heb altijd al de drijfveer gehad om me te in te zetten voor kinderen en van jongs af aan veel in het verenigingsleven gedaan. Activiteiten begeleiden, jeugdkampen, dat soort dingen. Ik studeerde Hotelmanagement en ging daarna aan de slag als Miniclub Assistent Manager bij Club Med in Frankrijk. Daar is mijn enthousiasme voor het werken met kinderen begonnen. Terug in Nederland begon ik bij de gastoudertak van een kinderopvangorganisatie.’

Wat sprak je aan in de kinderopvang?

‘Het is zó bijzonder om te zien hoe kinderen zich ontwikkelen. Ieder kind is anders en ondersteunen we op een eigen manier in deze ontwikkeling. In hun eerste levensjaren leggen ze een belangrijke basis voor de jaren daarna. De rol die ik als manager daarin kan spelen geeft veel voldoening.’


Na twee andere kinderopvangorganisaties koos Otto bewust voor Doomijn. ‘Als maatschappelijk betrokken organisatie - en onderdeel van Travers - zoeken we verbinding. In de wijken en ook met ketenpartners of scholen. In Zwolle zijn we een grote speler. We doen er écht toe; er wordt naar ons geluisterd. Doomijn is er voor álle kinderen, ongeacht achtergrond of cultuur. Dat spreekt me aan. Niet winst maken, maar de ontwikkeling van kinderen van nul tot twaalf jaar is ons doel.’

Wat verwacht jij als manager van je medewerkers?

‘Ik verwacht zelfstandigheid en daag mijn medewerkers uit mee te denken over verbetering en verandering en om in te spelen wat er in de wijk speelt. Daarin bied ik ruimte voor eigen ideeën en sta ik open voor input. Het is belangrijk dat we veranderingen doorvoeren, om bij te blijven, onderscheidend te zijn. Dat kan alleen met de inzet van mijn medewerkers.’

Welke verandering streef je na?

‘Zakelijkheid creëren. Ik vind het heel mooi aan Doomijn dat we een maatschappelijke organisatie zijn, maar we moeten ook commercieel blijven: kpi’s en doelen stellen, resultaat behalen. Dat betekent dat ik soms beslissingen neem die niet iedereen leuk vindt. Bepaalde structuren zijn moeilijk te doorbreken, maar achteraf blijkt vaak dat, als we het samen doen, bijna iedereen zich in het resultaat kan vinden.


Het personeel is voor mij erg belangrijk maar de kinderen en hun ouders komen op de eerste plaats. En daarmee ook de locaties. In deze locaties moet je investeren om excellente pedagogische kwaliteit te kunnen bieden. Dat betekent: een mooi en fris pand met een goede inrichting en een uitdagend spelaanbod. Dat is je visitekaartje. Ik wil alleen kinderopvang aanbieden op plaatsen waar ik mijn eigen kinderen naartoe zou brengen.’

''Bepaalde structuren zijn moeilijk te doorbreken

maar achteraf blijkt vaak dat, als we het samen doen, bijna iedereen zich in het resultaat kan vinden.''

Hoe druk heb jij het als manager?

‘Je bent zo druk als je jezelf maakt, daar ben ik heel nuchter in. Zoek de balans tussen vasthouden en delegeren. Tussen plannen en brandjes blussen. Mijn werk is heel divers. Van veel ad-hoc zaken tot het bezoeken van mijn locaties en gesprekken over de subsidiestromen. Voor het maken van plannen maak ik bewust tijd in mijn agenda.

De kracht van een manager is juist het aansturen en organiseren, en vooral vertrouwen op de kennis en kunde van je medewerkers en ondersteunende afdelingen. Zelf ben ik een generalist, geen expert. Ik breng de lijnen bij elkaar, maar ben - uit eigen ervaring - niet onmisbaar.’

Wat neem je in je werk mee van jouw rol als vader?

‘Ik heb een duidelijke pedagogische kijk op dingen: voor mij is kinderopvang 2.0 een plek waar kinderen centraal staan. Waar we uitgaan van wat zij kunnen en waar ze blij van worden, en dit stimuleren. Wat mij betreft doet het kind alles zelf, ténzij... Er is nog zoveel meer mogelijk op pedagogisch gebied. Hierin kunnen we ons ook onderscheiden. Want hoe gaaf is het als een kind op een plek wordt opgevangen waar hij of zij het heel erg naar zijn zin heeft? Nu is het aanbod nog vaak heel standaard, of gaan kinderen buiten voetballen omdat er niet voldoende georganiseerd wordt. Dat kan beter. Organiseer, zorg voor interactie en laat kinderen meedenken.’

Thuis ambieert Otto dit ook. Of dit altijd lukt weet hij niet. ‘Misschien probeer ik het júist daarom op mijn werk te bereiken.’ Als man in de kinderopvang is hij een uitzondering. ‘Ik zie mezelf als ambassadeur. Dit is een ontzettend leuke branche om in te werken. Dat beamen ook andere mannen binnen de kinderopvang. Een man misstaat hier zeker niet.’

Ik zie mezelf als ambassadeur. Dit is een ontzettend leuke branche om in te werken. Dat beamen ook andere mannen binnen de kinderopvang. Een man misstaat hier zeker niet.

Hoe is jouw invloed als man op de pedagogisch medewerkers?

Ik ben direct en besluitvaardig. Ook als het niet aanspreekt, bent ik niet bang om beslissingen te nemen. Daarin ben ik vrij zakelijk. Daarnaast laat ik ruimte voor mijn empathische kant en heb ik veel aandacht voor mijn medewerkers. Ik hoor terug dat zij mij als toegankelijk en attent ervaren, dat vind ik belangrijk.

Het liefst zou Otto in al zijn teams een man hebben. Ook op het kinderdagverblijf. ‘Mannen beginnen al niet aan de opleiding. Hoe zorg je dat het wél aantrekkelijk wordt? Vooroordelen spelen een rol, maar ook zaken als baanperspectief en salaris, hoewel mannen vaak niet alleen kostwinner zijn.’

Wat voegt een man toe aan een team?

‘Vooral bij jonge kinderen spelen vrouwelijke pedagogisch medewerkers op de opvang de rol van vervangende moederfiguur. Vaak is er geen vervangende vaderfiguur. Volgens mij moet dat anders kunnen. Zonder te traditioneel te zijn, hebben mannen toch een andere benadering en ondernemen andere activiteiten.’

Is de kinderopvang niet te soft voor mannen?

‘De sector wordt door velen onderschat. Het is een informele wereld waarin heel professioneel en serieus gewerkt wordt. De kinderopvang is een complexe branche, continu in beweging en daardoor moeilijk aan te sturen. Dat geeft stof tot nadenken en maakt het zo uitdagend. Interessant voor veel meer mannen.’

Wat wil je potentiële of nieuwe werknemers - man of vrouw - van Doomijn meegeven?

‘Dit is een club waar je ertoe doet, gezien wordt en van belang bent. Het Traverstival is hier een prachtig voorbeeld van. Deze nieuwjaarsreceptie van heel Travers vond ik geweldig. We doen het samen, met iedereen erbij. Er is écht aandacht en waardering voor de werknemers.’

Ook voor eigen inbreng en persoonlijke ontwikkeling van de medewerkers is alle ruimte. Je mag hier je grenzen opzoeken. Dat wordt zelfs van je verwacht. En het liefst nét even over het randje, daar leer en groei je van. Net als van fouten maken. Dat past helemaal bij hoe ik in elkaar zit: ik wil de ruimte krijgen en neem deze ook.’

Welk vooroordeel over kinderopvang wil je tot slot voor altijd de wereld uit helpen?

Otto, gedreven: ‘Dat we het ondergeschoven kindje van het onderwijs zijn. We doen er écht toe! Ik vind kinderopvang ontzettend belangrijk en zal het altijd verdedigen in gesprekken met gemeenten en scholen. Ik sta voor deze sector, geloof er echt in!’

Zo snel als hij binnenkwam, is Otto ook weer weg. Door naar een volgende afspraak. Het leven van een Manager Kinderopvang is altijd in beweging.

Pedagogisch Medewerker Lianne:

“Werk met je hart”